Wij gebruiken cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.

Waar ben je naar op zoek?

Houtrook en je gezondheid

De rook van je houtkachel

Heb je een houtkachel of een open haard? Dan is het goed om te weten dat rook gevaarlijke stoffen bevat. Ook als je de rook niet ziet maar wel ruikt, zijn er gevaarlijke stoffen in de lucht. Als je te veel rook inademt krijg je last van geprikkelde ogen, neus en keel. Als dit vaak gebeurt, kun je problemen met je luchtwegen krijgen, zoals een droge hoest, slijm en een benauwd gevoel. Ook het stoken van schoon hout veroorzaakt deze klachten. Behalve jijzelf kunnen ook je buurtgenoten last hebben van de houtrook uit jouw kachel.

Wat kun je doen aan de gezondheidsrisico’s van houtrook?

Hoe ongezond je houtkachel is, wordt bepaald door de hoeveelheid rook die je inademt. Rook kan hoofdpijn geven en problemen met de bloedvaten. Dat heeft gevolgen voor hart en hersenen.
Mensen met astma en longaandoeningen zijn extra gevoelig voor de schadelijke gevolgen van rook. Wil je weten hoe je zo weinig mogelijk risico loopt? Lees dan onze tips voor het gebruik van houtkachels onder aan de pagina.

Overlast door houtrook

Hebben mensen in jouw buurt last van jouw rook? Praat met elkaar. Overleg bijvoorbeeld over de momenten waarop het stoken hen geen overlast bezorgt. Of spreek af dat je bij mist en windstil weer niet stookt. Meestal kom je er samen wel uit.

Onbedoeld kan jouw houtkachel voor jezelf en voor anderen schadelijk zijn. Voor jouw gezondheid en die van je mensen om je heen kun je de volgende tien tips gebruiken.

  1. Gebruik je houtkachel niet als hoofdverwarming.
  2. Stook niet bij mistig of windstil weer. De rook blijft dan om je huis hangen en kan overlast geven voor je buren.
  3. Zet de toevoer van lucht in je kachel helemaal open, net als de uitlaatklep naar je schoorsteen.
  4. Laat je kachel niet smoren. Dit gebeurt als het zo warm wordt dat je de luchttoevoer vermindert. Er komen dan veel schadelijke stoffen vrij door onvolledige verbranding. Gebruik liever minder hout of neem een kleinere kachel.
  5. Stook alleen schoon, vuistdik hout dat een of twee jaar gedroogd is. Stapel het hout met ruimte ertussen in je kachel. Stook geen hout met verf, beits, teer of impregneermiddel. Sloophout bevat soms onzichtbare middelen om het te impregneren of verduurzamen. Stook ook geen spaanplaat, multiplex of ander hout met lijm. En ook geen papier, karton, kunststof of huishoudelijk afval.
  6. Ventileer je huis tijdens het stoken. De zuurstof die binnenkomt zorgt voor een goede verbranding en ververst de binnenlucht.
  7. Ook in as zitten gevaarlijke stoffen. Mors dus geen as in huis en was je handen na het aanraken ervan.
  8. Laat je schoorsteen minstens een keer per jaar vegen door een erkende schoorsteenveger.
  9. Als je buurtgenoten gezondheidsklachten hebben, bespreek dan samen op welke momenten zij geen last hebben van jouw stoken.
  10. Ook kun je overwegen om je schoorsteen te laten verhogen.