Wij gebruiken cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.

Waar ben je naar op zoek?

Hoe werkt borstvoeding?

Borstvoeding is een samenspel tussen moeder en kind. Zodra de tepel het gehemelte van je kind raakt, komen er hormonen vrij en gaat je lichaam aan de slag om melk te maken.

De eerste weken

De eerste dagen zijn dit vaak druppels per voeding, maar in de loop van de eerste week wordt dit steeds meer. De hormonen zorgen er ook voor dat de melk gaat stromen en bij je kind komt. Hoe vaker je in de eerste 14 dagen aanlegt, hoe gemakkelijker je lichaam melk gaat maken.

Na 14 dagen komt er meer ‘vraag en aanbod’ op gang. Is je borst leeg? Dan wordt er meer melk gemaakt. Als je kind gezond is, kan het zelf al goed aangeven hoeveel melk het nodig heeft. Je lichaam maakt dan precies aan wat je kind nodig heeft.

Nachtvoedingen

Nachtvoedingen zijn heel normaal, zeker de eerste maanden. De maag van je kind is relatief klein en het heeft daardoor ook regelmatig voeding nodig. In de nacht voeden helpt ook om je melkproductie voldoende op peil te houden.

Aan je kind kun je zien wanneer je kunt beginnen met een voeding. Gun jezelf ook de tijd om je kind te leren kennen en de eerste voedingssignalen op te pikken.

Illustratie van zes houdingen van een slapende baby

  1. Diepe/rustige slaap: je baby is vast in slaap, volledig ontspannen en moeilijker wakker te krijgen.
  2. Actieve/lichte slaap.
  3. Slaperig.
  4. Rustig alert.
  5. Onrustig/actief alert.
  6. Huilen: je baby huilt langer dan een minuut, maakt wild zwaaiende bewegingen met armen en benen. Zijn/haar mond is open en de tong ligt naar achteren.

In fase 2,3 en 4 kun je je kind aan de borst leggen. Vanaf fase 5 is het goed om je kind eerst te kalmeren. Door even rond te lopen, zachte ‘’shhh’-geluiden te maken en/of het even te laten zuigen op een speen of je (schone) pink.

Hoe leg ik mijn kind aan de borst?

  1. Zorg dat je baby goed ondersteund dicht tegen je aan ligt, met hoofd en lijf in een lijn en de neus bij de tepel.
  2. Je baby zoekt de borst en doet de mond open. Vaak kun je zien hoe het de tong al uitsteekt.
  3. Pas als de mond heel wijd opengaat, trekt de baby met de billen steeds dichter tegen je aan. Je baby houdt het hoofd iets naar achter.
  4. Zo gaat het goed: kin tegen de borst en de neus vrij. Eerst zuigt de baby snel. Na een poosje gaat het rustig drinken. Je hoort de baby slikken.
  5. Soms stroomt de melk zo hard dat je baby loslaat. Geen probleem, gewoon opnieuw beginnen.
  6. Als het voeden pijn doet, haal je de baby van de borst af. Dat doe je door met je pink in de mondhoek het vacuüm te verbreken.