Tekstgrootte
kleiner groter

Agrarische kinderopvang

Agrarische kinderopvang is een bijzondere vorm van kinderopvang die veel voordelen met zich mee brengt. In een omgeving met veel ruimte, dieren en natuur bewegen kinderen meer en komt overgewicht minder voor. Kinderen die klimmen, klauteren, graven en rennen, ontdekken hun eigen mogelijkheden en grenzen beter. Dat stimuleert de ontwikkeling van de motoriek. Ook zijn kinderen die veel buiten zijn vaak socialer. Zij hebben minder vaak conflicten en helpen elkaar meer. Contact met dieren werkt rustgevend en maakt kinderen weerbaarder.

De invloed van dieren

Kinderen die veel omgaan met dieren hebben meer zelfvertrouwen en zijn weerbaarder. Dieren kunnen bijdragen aan het voorkomen van psychische klachten en het contact tussen kinderen versterken. Door te zorgen voor een dier leert het kind dat iedereen behoeftes en gevoelens heeft. Kinderen die een sterke band hebben met een dier tonen vaak meer empathie dan kinderen die niet zo’n sterke band of weinig omgang met dieren hebben.

Naast de vele positieve effecten bestaan er ook risico’s bij kinderopvang in een agrarische omgeving. Graag informeren wij u als ouder hierover.

Infectieziekten

Het hebben van een (landbouw-)huisdier is leuk en meestal goed voor de gezondheid. Helaas kunnen dieren ziekteverwekkers (zoönosen) bij zich dragen, waardoor mensen ziek kunnen worden. Kinderen hebben de grootste kans om een zoönose op te lopen: ze zijn vatbaarder en hebben vaak intensief contact met dieren. Ze kunnen besmet raken door lichamelijk contact met dieren, maar ook door de omgeving, zoals hekwerk en grond, en door voedsel zoals rauwe melk. Kinderen kunnen via wondjes besmet raken na contact met aarde en mest, maar ook door een beet van een dier. Gelukkig zijn zoönosen vaak goed te voorkomen door het nemen van eenvoudige (hygiëne)maatregelen, zoals handen wassen. Daarnaast is het belangrijk dat uw kind gevaccineerd is tegen tetanus, de T in de DKTP-prik. Kinderen krijgen volgens het Rijksvaccinatie-programma de DKTP-prik op de leeftijd van 2-3-4-11 maanden en 4 jaar. DKTP staat voor Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Polio. Is uw kind nog niet gevaccineerd? Neem dan contact op met de GGD.

Veiligheid

Landbouwbedrijven maken gebruik van landbouwvoertuigen, chemicaliën en medicijnen. De houder van de kinderopvang zorgt ervoor dat risico’s tot een minimum worden beperkt. Bijvoorbeeld dat medicijnen en chemicaliën achter slot en grendel staan en dat kinderen niet in de buurt van landbouwvoertuigen of vrachtwagens kunnen komen. Wij adviseren om uw kinderen niet mee te laten rijden op landbouwvoertuigen. Als dit wel gebeurt: meerijden mag alleen als het voertuig een aparte stoel of veiligheidsgordel heeft.

Milieu

Fijnstof is een verzamelnaam voor deeltjes in de lucht, bijvoorbeeld afkomstig van veehouderijbedrijven, industrie en verkeer. Kinderen zijn extra gevoelig voor blootstelling aan fijnstof. Op agrarische bedrijven zijn diverse geurbronnen, onder andere van dieren en hun mest en urine. Geur kán hinderlijk zijn, dit is voor iedereen verschillend. Heeft uw kind gevoelige luchtwegen (bijvoorbeeld astma), dan verergert dit mogelijk door fijnstof en geur. Houd daarom zeker de eerste tijd op de opvang uw kind goed in de gaten.

Kinderdagopvangorganisatie

De kinderopvangorganisatie moet volgens wet- en regelgeving verantwoorde kinderopvang bieden. Zowel op pedagogisch vlak als op het gebied van veiligheid en gezondheid van kinderen. U kunt uw kinderopvanglocatie vragen om het actuele veiligheids- en gezondheidsbeleid. Een houder is namelijk verplicht om een risico-inventarisatie op te stellen die (nieuwe) ouders kunnen inzien. Hierin staat ook beschreven welke maatregelen de houder treft om de aanwezige risico’s zo klein mogelijk te houden.

Aandachtspunten

Bespreek onderstaande punten met de houder van de agrarische kinderopvang. Doe dit voordat u concrete afspraken maakt. Als dit alles goed geregeld is, heeft uw kind een fantastische, leerzame tijd op de boerderij! 

Let op! Net als kinderen zijn ook zwangere vrouwen gevoeliger voor infectieziekten. Ook voor hen zijn de adviezen in hygiënisch omgaan met dieren van belang.

Preventie
  • Is de houder in het bezit van een risico-inventarisatie?
  • Zorg, als de opvang dit niet regelt, voor kleding (zoals een overall) en goed te reinigen schoenen/ laarzen die uw kind in de stallen kan dragen.
  • Zorg dat uw kind gevaccineerd is. Is dit niet het geval, laat dit de houder weten.
Hygiëne
  • Zijn er wastafels voor de kinderen waar ze hun handen kunnen wassen als ze bij de dieren zijn geweest?
  • Gebeurt het eten in een aparte ruimte, afgezonderd van de dieren?
  • Zijn er altijd begeleiders aanwezig als de kinderen bij de dieren komen?
  • Is er een hygiëneprotocol op het bedrijf aanwezig dat u kunt inzien?
Veiligheid
  • Is er een afgesloten kast voor de opslag van medicijnen en chemicaliën die buiten bereik van de kinderen is?
  • Is er een afscheiding tussen waar de kinderen komen en waar de landbouwvoertuigen en vrachtwagens rijden?
Keurmerken en kwaliteitssystemen
  • Is de houder in het bezit van een keurmerk (zoals het GD zoönosekeurmerk) dat aantoont dat de houder maatregelen heeft genomen op het gebied van veiligheid en hygiëne?
Fijnstof en geur
  • Houd de gezondheid van uw kind in de gaten als het gevoelige luchtwegen heeft.

Deel deze pagina op